Daniëlle, mijn oudste dochter, werd geboren in februari 1995. Wat een kind was zij: lief, ze huilde bijna nooit, was zorgzaam, sociaal en dol op haar 1,5 jaar jongere zusje, haar 5 jaar jongere broertje en, als kers op de taart, haar zusje dat 7 jaar jonger was. Daniëlle deed het leuk op school. Ze puberde wel laat, en dat merkte je goed aan haar.
Haar vader en ik zijn uit elkaar gegaan toen zij bijna 4 jaar oud was. Toen zij in de puberteit zat, kon zij beide partijen mooi spiegelen en, indien gewenst, tegen elkaar uitspelen.
Ik ben tijdens haar schoolperiode meerdere malen op school geweest omdat zij kattenkwaad had uitgehaald.
Daniëlle werkte in 2015/2016 in twee horecagelegenheden. Zij had in 2014/2015 een leuke vriend, die wij erg mochten. Deze relatie ging jammer genoeg eind 2015 over. Daarna werkte Daniëlle veel bij een horecagelegenheid die ons wel bekend was. Vaak kwam zij laat thuis, waardoor ik haar in juni of begin juli 2016 mijn zorgen uitsprak. Ik vond dat zij wel heel vaak na haar werk nog een drankje deed.
Dit alles viel reuze mee, vertelde zij mij. Hierna vroeg ik, out of the blue, of zij weleens drugs had gebruikt. Zij sloeg met haar hand op tafel en zei: “Jezus mam, ik niet.” Daarna noemde zij een aantal namen van mensen waar ik nog nooit van gehoord had. Ik schaamde mij bijna dat ik dit gevraagd had en haar misschien wel beschuldigde.
Op 23 juli om 18.30 uur werd ik gebeld dat het niet goed ging met Daniëlle. Op dat moment was ik op vakantie in Brabant. Ik vroeg of ik naar huis moest komen, maar dat hoefde niet.
Op 23 juli om 19.30 uur werd ik weer gebeld, nu met de boodschap dat Daniëlle zelf de ambulance in liep en naar het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk werd gebracht. Of ik zo snel mogelijk wilde komen.
Op 23 juli om 22.30 uur kwam ik aan in het ziekenhuis en vond ik mijn kind met schuim om haar mond, vreemde geluiden makend, schuddend en met draaiende ogen. Er stonden zes verpleegkundigen om haar heen en er waren twee dokters in de ruimte.
Al vrij snel werd mij de vraag gesteld of mijn kind drugs had gebruikt. Ik zei dat zij dit niet deed, omdat zij dit zelf tegen mij had gezegd toen ik haar hier eerder naar vroeg. De dokter zei dat hij dacht van wel.
Er volgde uren van onderzoeken, temperaturen, uitslagen... 42,7 graden. In haar bloed werden MDMA en amfetamine gevonden: XTC en speed.
De momenten en dagen daarna werden wij tussen hoop en vrees heen en weer geslingerd. Daniëlle werd op maandag in slaap gebracht. Zij moest naar een academisch ziekenhuis worden gebracht. We namen afscheid, omdat zij in slaap gebracht moest worden. Weer een ambulance in, naar een ander ziekenhuis, onderzoeken en opnieuw een gesprek met de dokters. Een levertransplantatie was de boodschap van de doktoren. Daniëlle stond op nummer één op de wachtlijst in heel Europa. In de nacht van 26 juli kreeg ik een telefoontje dat er een lever was gevonden. In Nederland! Er werd zo snel mogelijk gekeken of deze passend was voor Daniëlle. Een paar uur later kreeg ik opnieuw een telefoontje: de lever was passend en Daniëlle zou direct geopereerd worden. Een lange, niet ongevaarlijke operatie stond op de planning. Na zes uur zou ik weer gebeld worden.
Ik werd na 2,5 uur alweer gebeld. Ik kreeg geen goed nieuws. Er werd mij uitgelegd wat er aan de hand was en of ik zo snel mogelijk naar het ziekenhuis kon komen, omdat Daniëlle zou gaan sterven. Ik maakte haar broertje en zusjes wakker en vertelde hun wat er die dag zou gaan gebeuren: hun zus zou sterven.
Om 11.40 uur blies mijn stoere dochter haar laatste adem uit en leek het alsof alle lucht uit mijn longen werd getrokken.
De wereld stond stil en het wás akelig stil. De dood had mijn kind meegenomen.
De dagen erna werd alles geregeld om de uitvaart plaats te laten vinden. De roze kist werd besteld. Toen de kist binnenkwam, ging ik er zelf in liggen, om te voelen hoe het was om daarin te liggen. De uitvaart was zoals ik dacht dat het moest zijn. Wij kwamen met een open kist, samen met onze gezinnen, met Daniëlle naar binnen. Muziek, vrienden, familie. Na de uitvaart begon het overleven. Niemand kon mij vertellen wat ik moest doen of hoe ik het moest doen. We lieten het gebeuren en zagen wel wat er op ons afkwam.
Er kwam een mooie fotohoek in de huiskamer. Ik begon met schrijven, er werden wandelingen voorbereid, de notaris werd bezocht, Stichting Team Daniëlle werd opgericht en de bewustwording begon.
De afgelopen jaren hebben in het teken van deze bewustwording gestaan. Honderden presentaties heb ik gegeven: op scholen, bij instanties, bij het OM, bij de politie en de laatste jaren heb ik daar drie gevangenissen aan toegevoegd.
Daar spreek ik met gedetineerden die meewerken aan een programma. Zij zijn met grote regelmaat gedetineerd vanwege drugsbezit. En ik, als moeder van Daniëlle, ga met het verhaal van Daniëlle samen met hen aan tafel in gesprek.
Maar ik nam ook deel aan televisieopnames, kranteninterviews en tijdschriftartikelen en ik werd ‘IJmonder van het Jaar’.
Aan tafel zat ik met minister Grapperhaus, staatssecretaris Paul Blokhuis, John van den Heuvel, Pieter Tops en mensen die werkzaam zijn bij de politie. Ook was ik bij het Trimbos-instituut. Daar heb ik aan vele werkstukken van jongeren meegewerkt, maar ook aan spreekbeurten. Ik heb vragen beantwoord van jongeren die drugs hadden gebruikt en hier vragen over hadden.
Team Daniëlle is verbindend. Mensen worden lid van de socialmediakanalen en ouders die hetzelfde hebben meegemaakt, nemen contact met mij op en gaan mee naar presentaties. Team Daniëlle geeft troost. Troost geef ik ook aan collega-ouders, voor wie ik als vrijwilliger een luisterend oor ben via OOK, Ouders Overleden Kind.
Drie boeken heb ik de afgelopen jaren mogen maken, het boek 21 gaat over Daniëlle. Het tweede boek heet Het zal je kind maar zijn en gaat over jongeren die drugs (gingen) gebruik(t)en, en allen stierven. Er schreven 28 ouders mee aan dit boek. Ook het boek Stille strijders over suïcide kwam van mijn hand. Jongeren die drugs gebruikten of jongeren die zonder drugs het leven niet meer zagen zitten, ook hier hebben de moeders het verhaal van hun kind verteld.
Het is nu bijna tien jaar geleden dat dit allemaal gebeurde. Vaak voelt het nog als de dag van gisteren: de geluiden, wat wij zagen, wat wij voelden, het verdriet, de zorgen om de andere kinderen die ook verder moesten. Tien jaar...
Mijn rouw is rauw. De ene dag meer dan de andere. Mijn rouw is de rouw die velen met mij meemaken. Ik ben gezegend met lieve vrienden, familie en geweldige vriendinnen. Team Daniëlle is onderdeel van mijn verwerking geworden. Bij iedere presentatie is Daniëlle erbij. Ik vertel haar verhaal en zorg dat mensen haar niet vergeten.
Wat voor nu het belangrijkste is, is dat de bewustwording wordt voortgezet. Drugs zijn nooit zonder risico. Drugs zijn niet selectief als het op slachtoffers aankomt. Als er nu één ding duidelijk is geworden, dan is het wel dat je nooit moet denken dat jouw kind dit soort dingen niet doet. De kunst zit hem erin om samen in gesprek te zijn en te blijven. Veroordelen is nutteloos. Probeer naast elkaar te blijven staan.
Geef wel jouw mening aan je kind en spreek jouw zorgen uit als jij je zorgen maakt.
Het is en blijft Russische roulette, het kan heel vaak goed gaan maar het kan ook heel erg fout gaan.
Stichting team Daniëlle
www.teamdanielle.nl