Het verhaal van Sam van den Haak

Sam is geboren in Sri Lanka en op bijna drie jarige leeftijd geadopteerd door een Nederlands gezin. In dit gezin ontbreekt het aan liefde en veiligheid. Op jonge leeftijd wordt ze slachtoffer van seksueel misbruik door haar adoptievader. Een ingrijpend verhaal over adoptie, misbruik, rouw en het hervinden van jezelf.

Het leven van Sam is er een vol vragen over wie ze is en waar ze werkelijk thuishoort. Het is een verhaal waar een boek over geschreven kan worden. En dat deed ze dan ook zelf. In ‘Niet geboren op mijn verjaardag’ vertelt Sam over haar zoektocht naar identiteit, haar strijd tegen adoptiefraude en het hervinden van veerkracht. Een verhaal van hoop en met een krachtige boodschap: “Je kunt alles worden wat je wilt, maar vooral jezelf.”

“Mijn boek gaat over de zoektocht naar identiteit,” vertelt Sam. “En eigenlijk is dat een reis die iedereen maakt. Iedereen probeert puzzelstukjes bij elkaar te leggen: wat heb ik van mijn ouders, wat van mijn omgeving, en wie ben ik daarbinnen zelf? Maar bij mij ging het anders, want de puzzelstukjes die ik dacht te hebben pasten helemaal niet in mijn puzzel. Want ik ben geadopteerd uit Sri Lanka, en toen ik later mijn biologische familie ging zoeken, ontdekte ik dat al mijn gegevens vals waren.”

Ze vertelt hoe ze als peuter naar Nederland kwam. “Ik groeide op met het idee dat ik afgestaan was. Dat mijn moeder me vrijwillig had weggegeven, in de hoop dat ik een beter leven zou krijgen. Dat was het verhaal. Totdat ik terugging naar Sri Lanka en ontdekte dat niets daarvan klopte.”

In haar adoptiepapieren bleken namen, geboortedatum en zelfs de plaats van geboorte vervalst. Toch werd haar verteld dat dit ‘normaal’ was: dat kinderen in Sri Lanka zelden met hun echte gegevens geadopteerd werden. “Ik heb dat toen maar aangenomen,” zegt Sam. “Ik dacht: Nou ja, als iedereen dat zegt, zal het wel zo zijn.”

Pas jaren later, toen ze de Zembla-uitzending Adoptiebedrog zag, viel alles op zijn plek. “Toen pas drong het tot me door dat het niet zomaar fouten waren, maar bewuste leugens. Dat het onderdeel was van kinderhandel en dat ik onderdeel was geworden van dat systeem.”

Een leven dat op papier niet klopt
“Op papier bestond ik eigenlijk niet,” vertelt Sam. “En dat besef… Dat kruipt onder je huid. Want wat betekent identiteit, als je gegevens in de basis niet eens kloppen?”

Toen Sam na jaren weer afreisde naar Sri Lanka, vond ze haar familie terug. Ze ontmoette haar broer, voor wie ze ooit zomaar was verdwenen. “Hij kon het niet geloven. Hij wilde zeker weten dat ik zijn zusje was. Hij zocht naar bewijs en vond dat in een litteken op mijn vinger. Hij zei: ‘Als ik had geweten dat dit zou gebeuren, had ik je nooit laten gaan.”

Haar moeder ontmoette ze toen helaas niet, zij bleek inmiddels al overleden, waarschijnlijk zonder ooit te hebben geweten wat er werkelijk met haar dochter was gebeurd. “Zij kon niet lezen of schrijven, maar had wel ons adres op een papiertje laten zetten en tijdens de overdracht aan mijn adoptiemoeder gegeven. Waarom zou je dat doen als je weet dat je kind nooit meer terugkomt? Ik denk dat ze geloofde dat ik terug zou komen. Dat maakt het des te verdrietiger.”

Sam vertelt hoe ze zich later realiseerde dat niet alleen zij rouwde. “Mijn broer had zijn kleine zusje verloren, mijn moeder haar kind. En niemand had daar ooit woorden aan gegeven. In de Sri Lankaanse cultuur wordt niet over zulke dingen gepraat. Iedereen draagt zijn geheimen in stilte.”

Een jeugd vol eenzaamheid
In Nederland groeide Sam op in een gezin waar de aandacht altijd versnipperd was. Twee van haar drie broers waren ernstig meervoudig gehandicapt en woonden in een instelling. “Er was geen ruimte voor ze om te zien hoe ingewikkeld het was, voor mij als kind van kleur, om op te groeien in een wit gezin.” zegt ze. “Mijn adoptieouders hadden naar mijn idee een heel ongelukkig huwelijk. Er ontbrak warmte en liefde in dit gezin.”

Vanaf haar zesde werd ze seksueel misbruikt door haar adoptievader. “Ik leerde van hem dat dat een manier was waarop je liet zien dat je elkaar lief vond. Dus ik wist ook helemaal niet dat wat er gebeurde, dat dat strafbaar was. Pas veel later, toen ik vriendjes kreeg, besefte ik: dit klopt niet. Dit hoort niet.”

“Zulk soort ervaringen vormen je. Je leert vooral dat je er niet mag zijn zoals je bent. Dat liefde iets is wat je moet verdienen. En dat idee, dat je steeds maar moet zorgen dat anderen je aardig vinden, dat heb ik nog lang meegedragen.”

Op school werd ze gepest, vaak vanwege haar uiterlijk. “Ik droeg de kleren van mijn broers en ik had kort haar. Ik leek een jongetje en ik had een donkere huidskleur. Kinderen kunnen hard zijn. Dus ook daar hoorde ik er niet bij. Ik denk dat het woord dat mijn jeugd het beste omschrijft, ‘eenzaam’ is.”

Het gevoel er alleen voor te staan was het meest toen ze op minderjarige leeftijd door haar adoptievader het huis uitgezet werd. Ze paste als meisje van kleur niet in dit gezin en niet in de Nederlandse maatschappij. Het voelde alsof ze moest overleven in een land waar bijna niemand op haar leek en haar begreep.

Rouw in vele vormen
Wanneer Sam terugkijkt op haar leven, ziet ze niet één groot rouwproces, maar een reeks van rouwprocessen. “Ik heb niet één ding verloren. Ik heb steeds opnieuw iets verloren; een ouder, een thuis, een stukje van mezelf. Elk verlies had zijn eigen manier van rouwen nodig.”

Over het overlijden van haar eigen moeder zegt ze: “Toen ik hoorde dat ze dood was, heb ik gehuild. Heel hard zelfs. Maar daarna niet meer. Niet omdat ik niet verdrietig was, maar omdat ik heb geleerd dat blijven huilen bij mij niks verandert. Je hebt geen invloed op wat al gebeurd is. Dus ik probeer te kijken: waar heb ik wél invloed op?”

Ook bij het overlijden van haar adoptiemoeder, van wie ze op dat moment al jaren niks meer had gehoord na het bekendmaken van het misbruik, zorgde voor gemengde gevoelens. “Ik stond niet eens op de rouwkaart. En ik was bij voorbaat niet welkom op de crematie. Natuurlijk, deed dat pijn. Maar het uitte zich niet in tranen. Mijn verdriet uit zich vaak in boosheid. In verontwaardiging. En soms, ja, in strijdlust.”

Boosheid als brandstofVoor Sam is boosheid geen destructieve kracht, maar een richtingaanwijzer. “Als rouw verdriet is, dan rouw ik misschien anders,” zegt ze.

“Ik huil niet veel. Maar ik word wél boos. En boosheid wakkert bij mij vuur aan. Om iets in beweging te brengen. Wat er met mij is gebeurd, kan ik niet meer veranderen. Maar ik kan wél een poging doen om ervoor te zorgen dat het niet nog eens gebeurt. Kinderen horen niet te verdwijnen, ook niet op papier. Hun verhalen moeten worden gehoord.”

Samen met zeven anderen klaagt Sam de Nederlandse staat aan wegens kinderhandel. “We willen erkenning van adoptiefraude. En ik wil mijn echte geboortedatum in mijn paspoort. Elke keer dat ik mijn gegevens moet invullen, voel ik een steek. Omdat ik weet: dit ben ik niet. Ik moet mijn identiteit bewijzen met gegevens die niet van mij zijn.” Ze zegt het met vastberadenheid. “Het gaat mij niet om wraak, maar om waarheid.”

Van slachtofferschap naar kracht
Het heeft lang geduurd voordat Sam zichzelf kon zien als slachtoffer en daarna als overlever. “Jarenlang dacht ik dat het misbruik ook mijn schuld was,” vertelt ze. “Dat ik medeverantwoordelijk was. Pas toen ik besefte dat dat niet zo was, kon ik erover praten. En pas toen ik erover kon praten, kon ik het loslaten.”

Loslaten is niet hetzelfde als vergeten. “Verwerking vind ik een raar woord,” zegt ze. “Alsof je iets verwerkt, alsof het een product is wat ooit af is. Maar dit is geen product, dit zijn gebeurtenissen. Ze worden in het leven verweven. Ze blijven onderdeel van mijn levenslijn.”

Het schrijven van haar boek kwam pas daarna. “Veel mensen denken dat het schrijven een onderdeel van mijn therapie was. Maar dat was het niet. Ik kon pas schrijven toen ik klaar was met ‘verwerken’. Want als ik het eerder had gedaan, was het een boos boek geworden. Nu kon ik schrijven zonder wrok. Mijn boek is eigenlijk een samenvatting van datgene wat ik al een plek had gegeven. Gewoon de feiten, met compassie voor het kind dat ik was.”

Wat rouw voor haar betekent
Rouw is voor Sam geen enkelvoudig gevoel. “Voor veel mensen is rouw verdriet. Voor mij is het accepteren dat iets is zoals het is. En vervolgens kijken: hoe ga ik ermee verder? Dat is rouw. Rouw is voor mij een werkwoord. Je bént aan het rouwen, je dóet iets. En daarna komt de beweging. Als ik klaar ben met rouwen, kan ik het omzetten in positieve energie. Zoals nu. Ik gebruik mijn ervaring om iets te betekenen.” Toch is ze eerlijk over de pijn die blijft. “Wat ik nog steeds moeilijk vind, is als mensen zeggen dat ik dankbaar moet zijn dat ik geadopteerd ben, omdat men vindt dat mijn adoptieouders mij hebben ‘gered’. Of als mensen zeggen dat ik het misbruik heb verzonnen. Dat doet pijn. Dat is iets waar ik nog steeds over moet praten, ik kan er dan niet níks over zeggen. Want het ontkennen van iemand zijn waarheid, dat is ook een vorm van verlies.”

Van verlies naar verbinding
Na haar studies Orthopedagogiek, Nederlands en Holistische therapie geeft Sam vandaag de dag lezingen workshops en training. Daarnaast heeft ze haar eigen bedrijf, Sam’s Pub Quiz, waarmee ze organisaties en teams helpt met team-buildingspubquizzen en andere activiteiten om op een speelse manier verbinding te maken. “Het gaat over het belangrijkste dat er is, op zowel de werkvloer als daarbuiten: verbinding. Want dat is wat ik zelf het meest gemist heb in mijn leven.” Sam vertelt lachend; “Ik ben blijven zitten in de kleuterklas omdat ik te veel spelletjes speelde en te speels was. En nu verdien ik mijn geld met het maken en spelen van spellen. Hoe mooi is dat?” Die speelsheid is haar redding geweest. “Waar veel mensen ‘uit’ gaan in bijvoorbeeld een burn-out, ben ik juist ‘aan’ gegaan. Ik heb geleerd wat mij gelukkig maakt en waar mijn vuur van gaat branden. En dat gun ik anderen ook.”

Ook heeft ze een eigen praktijk en als therapeut helpt ze nu anderen om hun eigen lichtpuntje te vinden. “Het lichtpuntje is dat je het niet alleen hoeft te doen,” zegt ze. “Heel veel mensen denken: ik moet het zelf oplossen. Maar dat hoeft niet. Verbinding is helend. Juist door jezelf open te stellen, kunnen anderen je helpen.”

Wat Sam wil meegeven aan iedereen die te maken heeft met rouw, verlies of trauma, is: Neem de ander serieus. “Als iemand in rouw is, zeg dan niet: ‘Wees blij dat je geadopteerd bent’, of ‘Het is al zo lang geleden’. Gevoelens van rouw hebben geen houdbaarheidsdatum. Het enige wat je hoeft te doen, is luisteren. Erbij blijven en respecteren wat de ander voelt.” Ze is even stil. “En misschien het allerbelangrijkste: verlies jezelf niet. Want dat is de zwaarste vorm van rouw die er bestaat. Verlies van anderen is al erg genoeg, maar het verliezen van jezelf... Dat is het allerergst.”

Van niet bestaan naar helemaal mezelf zijn
Als ze terugkijkt, ziet Sam naast een leven met verlies, vooral een leven vol herstel. “Ik heb nooit geleerd wat onvoorwaardelijke liefde is, en was daardoor genoodzaakt me te verdiepen in verbinding. Daardoor heb ik er mijn werk van kunnen maken” zegt ze. “Ik weet niet nu wat hechting is, wat liefde is en wat verbinding is. Dat zie ik in mijn zoon en in mijn huidige relatie. Ik weet dat je altijd opnieuw kunt beginnen.”