Julia Lampe van Den Dool vertelt over haar zwager en haar broer, het gemis en de mooie herinneringen

In oktober 2022 is de broer van mijn man overleden. Hij worstelde al eerder met zijn mentale gezondheid, maar leek zich juist al geruimere tijd weer goed te voelen. Het was een enorme tegenvaller dat hij half september vertelde zich toch weer niet zo fijn te voelen en in een paar weken tijd verloor hij alle hoop en licht in het leven en zag maar één uitweg. Het is onbeschrijflijk verdrietig om te zien dat iemand, ondanks alle hulp en liefde die hij krijgt, die lifeline niet meer kan grijpen. De schok was enorm en ook alle clichés bleken waar te zijn: honderd-en-één vragen, schuldgevoelens, wat als...  Het voelde alsof onze tafel opeens een poot miste.

Bijna 2 jaar later, in oktober 2024, overleed mijn broer geheel onverwachts op 37-jarige leeftijd. We hadden net twee hele intensieve maanden achter de rug waarin onze vader ernstig ziek was geworden en al die tijd in het ziekenhuis heeft gelegen. We hebben afscheid van hem genomen, maar tegen alle verwachtingen in is hij toch niet overleden en konden we hem samen naar een revalidatieafdeling brengen. Toen papa daar tien dagen was, begonnen we voorzichtig om te schakelen naar het idee dat hij misschien toch nog thuis zou komen. ’s Ochtends kreeg ik op mijn werk een telefoontje van mijn schoonzus. Mijn eerste gedachte was dat het nu toch niet goed ging met mijn vader. De grond viel onder mijn voeten weg toen ik hoorde dat mijn broer was gereanimeerd en op de IC lag. Collega’s hebben me heel lief opgevangen en mijn man gebeld. We zijn naar huis gegaan, hebben opvang voor onze kinderen geregeld, mijn moeder gebeld en zijn met z’n drieën naar mijn vader gegaan om te vertellen wat er gebeurd was. Het voelde bizar om mijn vader, die zelf al afscheid van het leven had genomen, te moeten vertellen wat er met zijn zoon was gebeurd. Mijn moeder bleef bij mijn vader en mijn man en ik zijn naar het ziekenhuis gegaan.

Ondanks dat ik al 20 jaar in het ziekenhuis werk, kreeg ik een enorme klap in mijn gezicht toen ik mijn broer op de IC zag liggen. Het is toch heel anders om aan de andere kant van het bed te staan. Toen de bezoektijd voorbij was, zijn we naar mijn schoonzus gereden. Ze vertelde wat er zich die nacht had afgespeeld. Dat was een nachtmerrie. Mijn broer is in ernstige ademnood gekomen, waardoor hij uiteindelijk gereanimeerd moest worden. Wat nu precies deze ademnood heeft veroorzaakt, is nooit helemaal duidelijk geworden. Hij heeft nog 11 dagen in coma gelegen, maar de hersenschade was te groot om verder te kunnen leven. We moesten afscheid van hem nemen. Het was onbeschrijflijk afschuwelijk om mijn schoonzus haar man, mijn nichtjes hun vader en mijn ouders hun kind te zien verliezen en ik mijn lieve broer.

Het is nu 3 jaar geleden dat mijn zwager is overleden en bijna 1 jaar geleden dat ook mijn broer het leven verliet. Het blijft niet te bevatten, er gaat zoveel in me om...

Waarom deze twee mensen die zo lief en zachtaardig zijn? Waarom hebben ze zo moeten lijden voor hun dood? Waarom allebei in oktober en ‘iets met hun keel’?

Waarom mocht mijn broer maar 37 jaar worden en niet langer zijn kinderen zien opgroeien? Hoe moet ik nu alleen verder zonder mijn broer, de enige die er altijd zou zijn: vroeger, nu en later. Hij die me ook dan aan zou kijken en aan één blik genoeg zou hebben? Ongeloof, niet te bevatten…

Het voelt alsof we in een timeloop zitten: Ellende in oktober 2022, het eerste jaar is overleven. Het tweede jaar is ook raar, maar op een andere manier. Dan opnieuw ellende in oktober 2024 (Alweer? Hoe kan dit nu???). Ik schrijf dit een beetje chaotisch op, maar zo chaotisch zijn mijn gedachten ook.

Naast dat onze broers beide in oktober zijn overleden, ligt de herkenning ook in het seizoen. In hoe de buitenlucht aanvoelt en hoe het licht tussen de bomen door schijnt. Ergens voelt het ‘prettig’ dat deze verdrietige gebeurtenissen in de herfst plaats vonden. Doordat de natuur zich terugtrekt in rust, lijkt het alsof er meer ruimte is om met mijn verdriet in het bos te lopen.

Natuurlijk valt niet altijd te ‘plannen’ wanneer het verdriet wel of niet komt, want rouwen is, of in ieder geval voor mij, een continue strijd. Strijd tussen het doorgaan van de ‘normale’ wereld en mijn eigen wereld die leeg is geworden. Tussen het voelen van de emoties die eruit willen en het eigenlijk niet aandurven, bang om erdoor verzwolgen te worden. Tussen het zoeken naar grond onder mijn voeten in een wereld zonder mijn broer, maar ook het weten dat hij er nu op een andere manier is. Tussen het proberen ‘normaal’ mee te doen met mensen in het dagelijks leven en me eigenlijk los en afgesloten voelen van al het normale. Tussen het weten dat er altijd nog mooie en belangrijke dingen in het leven zijn die het de moeite waard maken en soms het gevoel te hebben dat het verdriet een te grote last is. Daarbij lijken de emoties in grillige en onvoorspelbare golven te komen. Het enige voorspelbare is, dat wanneer ik ook maar eventjes denk dat het misschien wel gaat, dat het de terugtrekkende beweging van de golf is voor die weer keihard toeslaat.

Soms vraag ik me af hoe een mens écht verdriet overleeft (want zo voelt het). Vooral in de eerste maanden probeerde ik bewust zo goed mogelijk voor mezelf te blijven zorgen: op tijd eten en drinken, wandelen in het bos, een warm bad, kaarsjes aan, lekkere koffie of thee, rust nemen (want wat kost rouw ongelofelijk veel energie), gedachten opschrijven (en als het heel rauw is, maak ik er gedichtjes over), tekens niet ‘wegrationaliseren’ (ik ben er van overtuigd dat degenen die niet meer fysiek hier zijn, nog wel op een andere manier bij ons zijn), zoeken naar dingen die me verbinden met mijn broer: appeltaart, Irish coffee, klussen, natuur en de muziek die we samen luisterden. Het is een zoektocht hoe het leven weer opnieuw vorm te geven en hoe hem op een andere manier met me mee te dragen. Ik weet zeker dat deze gebeurtenissen me veranderd hebben, al kan ik nu nog niet de vinger leggen op hoe dat precies zit.